Wonderlijke ontmoeting

24 april 2020

Onlangs deed ik mijn kleerkast open en daar zat hij: een muis. Ik schrok niet eens heel erg; maar opvallender, hij (of zij dat kan ik niet zo goed beoordelen) leek ook niet echt onder de indruk. Sterker nog, we keken elkaar een moment aan en toen liep hij rustig weg. Die blik naar elkaar trof me. We leven in tijden waarin de ontmoetingen met soortgenoten schaars zijn. Als er dan opeens een ontmoeting plaatsvindt met zo'n klein schepseltje, doet je dat toch wat. Een mensenhand is in tijden van schaarste blijkbaar ook snel gevuld. En zo stond ik daar als schepsel tegenover schepsel (we zijn uiteindelijk allebei op de zesde dag geschapen).

Een klein moment keken we elkaar in de ogen. Ontroerde het me nu?

Gelukkig herstelde ik me vliegensvlug en wist me te vermannen. Want zo hoort dat natuurlijk niet. Die muis hoort niet in mijn huis. Dus heb ik hem gesommeerd mijn huis te verlaten. Uiteraard in bescheiden termen en met enige inleving in de wonderlijke gangen van de muis. Het zal de muizen toch ook niet geheel ontgaan zijn dat we in zware tijden leven. Je hoort wel eens dat ongeboren kinderen al heel vroeg spanningen en angsten van de moeder kunnen waarnemen. Misschien dat die kleine wezentjes dat ook wel kunnen. Je weet het gewoon niet. En daarbij komt dat de dieren veel te lijden hebben door het gedrag van de mens. Dat zijn toch dingen waar je rekening mee moet houden. Daarom het wat voorzichtige, maar wel besliste verzoek aan meneer muis mijn huis te verlaten.

Gezien zijn reactie had ik niet de indruk dat hij mij begreep. Hij liep gewoon weg. Geen enkele reactie. En aangezien hij die nacht weer vrolijk feest aan het vieren was, dat viel uit allerlei geluiden wel op te maken, moest ik overgaan tot rigoureuze maatregelen. Dat deed me natuurlijk wel een beetje pijn, maar er zat niets anders op. Ik wil niet met aangevreten kleding ten tonele verschijnen. Dat zou ook weer allerlei reacties losmaken die niet wenselijk zijn. Dus muizenvalletjes.

Dat is nog best een klus voor een ongeoefende hand. Je moet namelijk heel voorzichtig een kaasje hechten aan dat apparaatje, om vervolgens dat ding op spanning te brengen. En dat is de cruciale fase. Doe je dat niet goed dan loop je het risico dat de val voortijdig met donderend geraas dichtklapt en je vinger of zelfs je hele hand in de val komt te zitten. Je moet er niet aan denken dat je in deze tijd een ziekenhuis moet bezoeken met zo'n muizenval aan je hand. Schaamte zou mijn aangezicht in dieprode kleur veranderen. Dat je zo de kostbare tijd van een arts in beslag neemt.

Toen ik met uiterste concentratie de val op spanning had gebracht plaatste ik het ding heel voorzichtig op de plaats waar meneer muis mij zat aan te staren. Ik had wel een klein beetje buikpijn, maar ja, die aangevreten kleren.

De volgende dag deed ik met een bonzend hart mijn kastdeur open om te zien hoe meneer muis er aan toe was. Ik had me al een beetje voorbereid op een zielig hoopje ellende dat, ingeklemd tussen het mechaniek van de muizenval, een stille dood was gestorven. Maar niets van dat al. Er stonden twee muizenvallen zonder kaas. Hij had gewoon de kaas eraf gegeten zonder die val af te laten gaan! Wat is dat? Word ik daar gewoon te kijk gezet door zo'n minuscuul klein wezentje! Worden de muizen ook slimmer? Beginnen ze de grote mensenwereld door te krijgen? Het kleine wezentje was mij in elk geval te slim af. Dat geeft te denken.

Wij mensen denken door onze technologische snufjes alles en iedereen wel even naar de hand te kunnen zetten. Maar dat valt in de praktijk nogal eens tegen. Ga naar de muis Gij hoogmoedig schepsel, aanziet zijn wegen en word wijs. En er zijn wel meer dieren waar we wat van kunnen leren. Zoals een kat bijvoorbeeld, die heerlijk in het zonnetje kan zitten om te genieten. Een en al rust. Misschien dat het eens tijd wordt voor een kat. Die schijnt wel voor meer dingen nuttig te zijn.


Meer informatie:
ds. G.C. Bergshoeff
033-277 13 77
dsb@hervormdscherpenzeel.nl

Terug naar het nieuwsoverzicht