Liturgie van de dienst op Eerste Pinksterdag 24 mei 2026 om 09:30 uur
Voorganger: ds. M.C. Stehouwer
Lezing: Handelingen 2: 1-13; Romeinen 12: 1-8
De gezangen in deze liturgie worden gezongen uit de liedbundel Weerklank, tenzij anders is aangegeven.
Efeze 1:13 “In Hem bent ook u, nadat u het Woord van de waarheid, namelijk het Evangelie van uw zaligheid, gehoord hebt; in Hem bent u ook, toen u tot geloof kwam, verzegeld met de Heilige Geest van de belofte,...” We vieren de uitstorting van de Heilige Geest op zondag 24 mei.
In de morgendienst luisteren we naar Gods Woord uit Handelingen 2: 1-13 en Romeinen 12: 1-8. Lees dit vooraf en biddend om de Geest eens door en zie uit naar wat de Heere wil doen in het midden van Zijn gemeente.
Binnenkomst van de kerkenraad
Koor:
Hear my prayer, O Lord as I come to you.
Hear my prayer, O Lord: teach me what to do.
Touch me with purpose in each word I say.
Hear my prayer, O Lord;
speak and I’ll obey.
Your love has sustained me,
your grace has made me new.
Fill me with your Spirit Lord, that I may please you.
Hear my prayer, O Lord, morning, night or noon.
Hear my prayer, O Lord;
keep my heart in tune.
Tuned to your mercy, your love and your grace.
May your will be done, hare and ev’ry place.
Your love has sustained me,
your grace has made me new.
Fill me with your Spirit Lord, that I may please you.
Hoor mijn gebed, o Heer, nu ik tot U kom.
Hoor mijn gebed, o Heer: leer mij wat ik moet doen.
Raak mij met elke woord dat ik spreek.
Hoor mijn gebed, o Heer;
spreek en ik zal gehoorzamen.
Uw liefde heeft mij gesteund,
Uw genade heeft mij vernieuwd.
Vul mij met Uw Geest, Heer, opdat ik U mag behagen.
Hoor mijn gebed, o Heer, 's morgens, 's avonds of 's middags.
Hoor mijn gebed, o Heer;
houd mijn hart op toonhoogte.
Afgestemd op Uw barmhartigheid, Uw liefde en Uw genade.
Moge Uw wil geschieden, hier en overal.
Uw liefde heeft mij gedragen,
Uw genade heeft mij vernieuwd.
Vul mij met Uw Geest, Heer, opdat ik U mag behagen.
Afkondigingen
Voorzang Lied 195
Koor: Heilige Geest van God,
vul opnieuw mijn hart.
Heilige Geest van God,
vul opnieuw mijn hart.
Vul mij opnieuw, vul mij opnieuw.
Heilige Geest, vul opnieuw mijn hart.
Gemeente: Heilige Geest van God,
vul opnieuw mijn hart.
Heilige Geest van God,
vul opnieuw mijn hart.
Vul mij opnieuw, vul mij opnieuw.
Heilige Geest, vul opnieuw mijn hart.
Stil gebed
Votum & Groet
Wij zingen: Lied 201
1 Kom Schepper, Geest, daal tot ons neer,
houd Gij bij ons uw intocht, Heer;
vervul het hart dat U verbeidt,
met hemelse barmhartigheid.
2 Gij zijt de gave Gods, Gij zijt
de grote Trooster in de tijd,
de bron waaruit het leven springt,
het liefdevuur dat ons doordringt.
3 Gij schenkt uw gaven zevenvoud,
o hand die God ten zegen houdt,
o taal waarin wij God verstaan,
wij heffen onze lofzang aan.
4 Verlicht ons duistere verstand,
geef dat ons hart van liefde brandt,
en dat ons zwakke lichaam leeft
vanuit de kracht die Gij het geeft.
5 Verlos ons als de vijand woedt,
geef, Heer, de vrede ons voorgoed.
Leid Gij ons voort, opdat geen kwaad,
geen ongeval ons leven schaadt.
6 Doe ons de Vader en de Zoon
aanschouwen in de hoge troon,
o Geest, van beiden uitgegaan,
wij bidden U gelovig aan.
Geloofsbelijdenis
Wij zingen: Psalm 143
10
Leer mij, o God van zaligheden,
mijn leven in Uw dienst besteden,
Gij zijt mijn God, vat Gij mijn hand!
Uw goede Geest bestier' mijn schreden
en leid' mij in een effen land.
Gebed
Schriftlezing
Handelingen 2: 1-13
1 En toen de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eensgezind bijeen.
2 En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten.
3 En aan hen werden tongen als van vuur gezien, die zich verdeelden, en het zat op ieder van hen.
4 En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.
5 Nu woonden er Joden in Jeruzalem, godvrezende mannen uit alle volken die er onder de hemel zijn.
6 Toen dan dit geluid klonk, kwam de menigte samen en raakte in verwarring, want ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken.
7 En zij waren allen buiten zichzelf en verwonderden zich, en zij zeiden tegen elkaar: Zie, zijn het niet allen Galileeërs die daar spreken?
8 En hoe kunnen wij hen dan horen, eenieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn?
9 Parthen, Meden en Elamieten en zij die inwoners zijn van Mesopotamië, Judea, Cappadocië, Pontus en Asia,
10 Frygië, Pamfylië, Egypte, en de streken van Libië, dat bij Cyrene ligt, alsook de nu hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als proselieten,
Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze taal over de grote werken van God spreken.
12 En zij waren allen buiten zichzelf en raakten in verlegenheid, en de één zei tegen de ander: Wat wil dit toch zeggen?
13 Anderen zeiden spottend: Zij zijn vol zoete wijn.
Romeinen 12: 1-8
1 Ik roep u er dan toe op, broeders, door de ontfermingen van God, om uw lichamen aan God te wijden als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk: dat is uw redelijke godsdienst.
2 En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word innerlijk veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.
3 Want door de genade die mij gegeven is, zeg ik ieder onder u niet hoger te denken dan hij moet denken, maar laat hij denken in bescheidenheid, naar de mate van geloof zoals God die aan ieder heeft toebedeeld.
4 Want zoals wij in één lichaam vele leden hebben en de leden niet alle dezelfde functie hebben,
5 zo zijn wij, hoewel velen, één lichaam in Christus, maar ieder afzonderlijk leden van elkaar.
6 En nu hebben wij genadegaven, onderscheiden naar de genade die ons is gegeven:
7 hetzij profetie, naar de mate van het geloof; hetzij dienstbetoon, in het dienen; hetzij wie onderwijst, in het onderwijzen;
8 hetzij wie bemoedigt, in het bemoedigen; wie uitdeelt, in oprechtheid; wie leiding geeft, met inzet; wie zich over anderen ontfermt, met blijmoedigheid.
Wij zingen: Psalm 119 : 9
Doe bij Uw knecht weldadigheid, o HEER’,
opdat ik leev’, Uw woorden moog’ bewaren,
en dat Uw Geest mij ware wijsheid leer’,
mijn oog verlicht’, de nevels op doe klaren;
dat mijne ziel de wond’ren zie en eer’,
die in Uw wet alom zich openbaren.
Verkondiging
Wij zingen: Psalm 86
: 6
Leer mij naar Uw wil te hand’len,
‘k zal dan in Uw waarheid wand’len.
Neig mijn hart en voeg het saâm,
tot de vrees van Uwen Naam.
HEER’, mijn God, ik zal U loven,
heffen ‘t ganse hart naar boven,
‘k zal Uw Naam en majesteit
eren tot in eeuwigheid.
Dankgebed, voorbede
Wij zingen: Lied 192
1 Geest van hierboven,
leer ons geloven,
hopen, liefhebben door uw kracht!
Hemelse vrede,
deel U nu mede
aan een wereld die U verwacht!
Wij mogen zingen
van grote dingen,
als wij ontvangen
al ons verlangen,
met Christus opgestaan. Halleluja!
Eeuwigheidsleven
zal Hij ons geven,
als wij herboren
Hem toebehoren,
die ons is voorgegaan. Halleluja!
2 Wat kan ons schaden,
wat van U scheiden,
liefde die ons hebt liefgehad?
Niets is ten kwade,
wat wij ook lijden,
Gij houdt ons bij de hand gevat.
Gij hebt de zege voor ons verkregen,
Gij zult op aarde
de macht aanvaarden
en onze koning zijn. Halleluja!
Gij, onze Heere,
doet triomferen
die naar U heten
en in U weten,
dat wij Gods kind'ren zijn. Halleluja!
Zegen
Orgelspel