Liturgie van de dienst op Eerste Paasdag 5 april 2026 om 09:30 uur
Voorganger: ds. B.J.W. Ouwehand
Lezing: Lukas 23:49-24:12
De gezangen in deze liturgie worden gezongen uit de liedbundel Weerklank, tenzij anders is aangegeven.
Zondagochtend 5 april, Eerste Paasdag, lezen we het paasevangelie uit Lukas, inclusief het voorafgaande gedeelte over de begrafenis van Jezus. We lezen Lukas 23:49-24:12.
Inleidend orgelspelKerkenraad komt binnen
Koor: ‘Christ lag in Todesbanden’
Christus lag in de dood terneer,
geveld door onze zonden,
maar Hij verrees, Hij is de Heer,
de dood is overwonnen.
Vrolijk willen wij nu zijn,
de Heer van harte dankbaar zijn
en zingen halleluja,
halleluja.
In zijn geliefde Zoon is God
als mens tot ons gekomen,
heeft onze zonde, onze dood,
geheel op zich genomen,
ja, zijn evangeliewoord
zegt ons dat aan de wrede dood
de angel is ontnomen,
halleluja.
Wij zijn hier op het hoge feest
met grote vreugd tezamen,
de zon die ons zozeer verheugt
is Hij, de Opgestane.
Christus, onze eer en roem,
heeft glorierijk al onze doem
en duisternis verdreven,
halleluja.
Afkondigingen
Voorzang: Weerklank Lied 166
1 Christus, onze Heer, verrees, halleluja!
Heil’ge dag na angst en vrees, halleluja!
Die verhoogd werd aan het kruis, halleluja,|
bracht ons in Gods vrijheid thuis, halleluja!
2 Prijs nu Christus in ons lied, halleluja,
die in heerlijkheid gebiedt, halleluja,
die aanvaardde kruis en graf, halleluja,
dat Hij zondaars ’t leven gaf, halleluja!
3 Maar zijn lijden en zijn strijd, halleluja,
heeft verzoening ons bereid, halleluja!
Nu is Hij der heem’len Heer, halleluja!
Eng’len juub’len Hem ter eer, halleluja!
Stil gebed
Votum & groet
Wij zingen: Psalm 118
12 Dit is de dag, de roem der dagen,
die Isrels God geheiligd heeft.
Laat ons verheugd, van zorg ontslagen,
Hem roemen, Die ons blijdschap geeft.
Och HEER', geef thans Uw zegeningen,
och HEER', geef heil op deze dag,
och, dat men op deez' eerstelingen
een rijke oogst van voorspoed zag.
13 Gezegend zij de grote Koning,
Die tot ons komt in ‘s HEEREN Naam:
wij zeeg’nen u uit ‘s HEEREN woning,
wij zegenen u al te zaâm.
De HEER’ is God, door Wien w’ aanschouwen
het vrolijk licht na bang gevaar.
Bindt d’ offerdieren dan met touwen
tot aan de hoornen van ‘t altaar.
Geloofsbelijdenis
Wij zingen: Psalm 118
14 Gij zijt mijn God, U zal ik loven,
verhogen Uwe majesteit.
Mijn God, niets gaat Uw roem te boven,
U prijz' ik tot in eeuwigheid.
Laat ieder 's HEEREN goedheid loven,
want goed is d' Oppermajesteit:
Zijn goedheid gaat het al te boven,
Zijn goedheid duurt in eeuwigheid!
Gebed om de Heilige Geest
Schriftlezing: Lukas 23:49-24:12
49 En al Zijn bekenden stonden op een afstand, ook de vrouwen die Hem samen gevolgd waren van Galilea, en zagen dit aan.
50 En zie, daar was een man van wie de naam Jozef was, een raadsheer, een goed en rechtvaardig man.
51 Deze had niet ingestemd met hun voornemen en handelwijze. Hij kwam uit Arimathea, een stad van de Joden, en verwachtte ook zelf het Koninkrijk van God.
52 Deze ging naar Pilatus en vroeg om het lichaam van Jezus.
53 En toen hij het van het kruis afgenomen had, wikkelde hij het in fijn linnen en legde het in een graf dat in een rots uitgehouwen was, waarin nog nooit iemand gelegd was.
54 En het was de dag van de voorbereiding en de sabbat brak aan.
55 En ook de vrouwen die met Hem uit Galilea gekomen waren, volgden en zagen het graf en hoe Zijn lichaam erin gelegd werd.
56 En toen zij teruggekeerd waren, maakten zij specerijen en mirre gereed. En op de sabbat rustten ze overeenkomstig het gebod.
1 En op de eerste dag van de week gingen zij, heel vroeg in de morgen, naar het graf en brachten de specerijen mee die zij gereedgemaakt hadden, en sommigen gingen met hen mee.
2 Zij nu vonden de steen afgewenteld van het graf.
3 En toen ze naar binnen gegaan waren, vonden zij het lichaam van de Heere Jezus niet.
4 En het gebeurde toen ze daarover in twijfel waren, zie, twee mannen stonden bij hen in blinkende gewaden.
5 En toen zij zeer bevreesd werden en het gezicht naar de grond bogen, zeiden die tegen hen: Waarom zoekt u de Levende bij de doden?
6 Hij is hier niet, maar Hij is opgewekt. Herinner u hoe Hij tot u gesproken heeft, toen Hij nog in Galilea was:
7 De Zoon des mensen moet overgeleverd worden in handen van zondige mensen en gekruisigd worden en op de derde dag opstaan.
8 En zij herinnerden zich Zijn woorden.
9 En toen zij teruggekeerd waren van het graf, berichtten ze dit alles aan de elf discipelen en aan alle anderen.
10 En het waren Maria Magdalena, Johanna en Maria, de moeder van Jakobus, en de anderen die bij hen waren, die dit tegen de apostelen zeiden.
11 En hun woorden leken hun kletspraat en zij geloofden hen niet.
12 Maar Petrus stond op en snelde naar het graf en toen hij zich vooroverboog, zag hij alleen de linnen doeken liggen. En hij ging weg en verwonderde zich over wat er gebeurd was.
Thema: Leven uit de dood.
Wij zingen: Psalm 25
Allen 2 HEER', ai, maak mij Uwe wegen
door Uw woord en Geest bekend;
leer mij, hoe die zijn gelegen
en waarheen G' Uw treden wendt:
leid mij in Uw waarheid, leer
ijv’rig mij Uw wet betrachten,
want Gij zijt mijn heil, o HEER',
'k blijf U al de dag verwachten.
Koor 3 Denk aan 't vaderlijk meêdogen,
HEER', waarop ik biddend pleit:
milde handen, vriend’lijk' ogen
zijn bij U van eeuwigheid.
Sla de zonden nimmer gâ,
die mijn jonkheid heeft bedreven;
denk aan mij toch in genâ,
om Uw goedheid eer te geven.
Allen 4 's HEEREN goedheid kent geen palen.
God is recht, dus zal Hij door
onderwijzing hen, die dwalen,
brengen in het rechte spoor.
Hij zal leiden 't zacht gemoed
in het effen recht des HEEREN:
wie Hem need’rig valt te voet,
zal van Hem zijn wegen leren.
Verkondiging Leven uit de dood
Wij zingen: Weerklank Lied 171
1 Geprezen zij de Heer die eeuwig leeft,
Die vol ontferming ieder troost en alle schuld vergeeft.
Die heel het aards gebeuren vast in handen heeft.
Refrein:
Hem zij de glorie, want Hij die overwon,
zal nooit verlaten wat zijn hand begon.
Halleluja, geprezen zij het Lam,
dat de schuld der wereld op zich nam.
2 Verdreven is de schaduw van de nacht,
en wie Hem wil aanvaarden wordt eens veilig thuisgebracht.
Voor hem geldt ook dit wonder: alles is volbracht.
Refrein
3 Hij doet ons dankbaar schouwen in het licht,
dat uitstraalt van het kruis, dat eens voor ons werd opgericht.
En voor ons oog verrijst een heerlijk vergezicht.
Refrein:
Dankgebed
Wij zingen: Lied 183
1 U zij de glorie, opgestane Heer!
U zij de victorie, nu en immermeer!
Vol van licht en luister daalt de engel af
en verbreekt de kluister van ’t verwonnen graf.
U zij de glorie, opgestane Heer!
U zij de victorie, nu en immermeer!
2 Zie Hem verschijnen, Jezus, onze Heer,
Redder van de zijnen; twijfel nu niet meer.
Zie zijn aanschijn blinken als de morgenzon;
laat uw lied weerklinken: ‘Christus overwon!’
U zij de glorie, opgestane Heer!
U zij de victorie, nu en immermeer!
3 Zou ik nog vrezen? Christus leeft voorgoed,
die met heel mijn wezen ik beminnen moet.
Hij is mijn victorie, troost en toeverlaat,
die mij in zijn glorie eeuwig delen laat.
U zij de glorie, opgestane Heer!
U zij de victorie, nu en immermeer!!
Zegen
Uitleidend orgelspel