Liturgie van de dienst op zondag 23 november 2025 om 09:30 uur
Voorganger: ds. M.C. Stehouwer
Lezing: Mattheüs 11: 1 t/m 19
afsluiting kerkelijk jaar
De gezangen in deze liturgie worden gezongen uit de liedbundel Weerklank, tenzij anders is aangegeven.
Op de drempel van advent sluiten we samen het kerkelijk jaar af. In de morgendienst van 23 november gedenken we de overledenen uit het achter ons liggende jaar. In deze dienst luisteren we samen naar Gods Woord als Jezus Messias uitnodigend, scherp en troostend wijst op de tekenen van het Koninkrijk der hemelen. We lezen uit de Schrift Mattheüs 11: 1 t/m 19. Jong en oud van harte welkom, “Ga heen en bericht ... wat u hoort en ziet ...” (n.a.v. Matt.11:4b)
Orgelspel
Binnenkomst kerkenraad
Koor:
Ik hoorde hoe Hij tot mij sprak:
“Kom maar tot rust bij Mij.
Ben je vermoeid of afgemat,
vlij je maar aan Mijn zij.”
Ik ging en kwam zoals ik ben,
een uitgedoofde vlam,
maar vond bij Hem een waar tehuis
waar ik op adem kwam.
Ik hoorde hoe Hij tot mij sprak:
“Wie dorst heeft, neem van Mij
het levend water dat Ik schenk.
Dan gaat je dorst voorbij.”
Ik ben gegaan, en ook ik dronk
toen van Zijn overvloed.
En opgeleefd naar hart en ziel
blijf ik door Hem gevoed.
Ik hoorde hoe Hij tot mij sprak:
“Ik ben het stralend Licht.
Waar heel je wereld duister is,
ben Ik je vergezicht.”
Ik keek Hem aan en zag in Hem
mijn Zon, mijn goede Ster.
Zolang Hij maar mijn pad verlicht
is morgen nooit te ver.
Mededelingen en afkondigingen
Zingen: lied 201
Koor: Kom Schepper, Geest, daal tot ons neer,
houd Gij bij ons uw intocht, Heer;
vervul het hart dat U verbeidt,
met hemelse barmhartigheid.
Gemeente: Gij zijt de gave Gods, Gij zijt
de grote Trooster in de tijd,
de bron waaruit het leven springt,
het liefdevuur dat ons doordringt.
Koor: Gij schenkt uw gaven zevenvoud,
o hand die God ten zegen houdt,
o taal waarin wij God verstaan,
wij heffen onze lofzang aan.
Gemeente: Verlicht ons duistere verstand,
geef dat ons hart van liefde brandt,
en dat ons zwakke lichaam leeft
vanuit de kracht die Gij het geeft.
Koor: Verlos ons als de vijand woedt,
geef, Heer, de vrede ons voorgoed.
Leid Gij ons voort, opdat geen kwaad,
geen ongeval ons leven schaadt.
Gemeente: Doe ons de Vader en de Zoon
aanschouwen in de hoge troon,
o Geest, van beiden uitgegaan,
wij bidden U gelovig aan.
Stil gebed
Votum & Groet
Zingen: lied 490
Gemeente: Jezus neemt de zondaars aan.
Roep dit troostwoord toe aan allen
die verdwaald, van Hem vandaan,
in het donker struik’len, vallen.
Hij leert hun zijn wegen gaan:
Jezus neemt de zondaars aan.
Koor: Hoop op Hem, hef op uw hoofd,
want Hij houdt – dat staat geschreven –
wat Hij aan ons heeft beloofd.
Hij zal ons het leven geven,
’t paradijs doen binnengaan:
Jezus neemt de zondaars aan.
Gemeente: Als een schaapje is verdwaald,
zal de goede Herder komen,
die het vindt en die het haalt.
Zo heeft Hij ons aangenomen,
laat ons niet verloren gaan:
Jezus neemt de zondaars aan.
Koor: Kom gij allen, kom tot Hem,
wees niet meer bedroefd, verslagen.
Jezus roept u, – hoor zijn stem,
kind’ren van zijn welbehagen.
Allen mag u tot Hem gaan:
Jezus neemt de zondaars aan.
Gemeente: Dit vertroost mij, geeft mij moed:
zijn mijn zonden als scharlaken,
Hij zal door zijn kostbaar bloed
wit als sneeuw mijn leven maken.
Hij zal mij terzijde staan:
Jezus neemt de zondaars aan.
Gemeente: Hoe ’t geweten spreekt in mij,
hoe de wet mij aan wil klagen,
Die mij oordeelt, spreekt mij vrij,
Hij heeft zelf mijn schuld gedragen,
en mijn zonden weggedaan:
Jezus neemt de zondaars aan.
Gemeente: Jezus neemt de zondaars aan.
Mij ook heeft Hij aangenomen,
doet de hemel opengaan.
Tot mijn Heiland mag ik komen,
die mij troost en bij zal staan:
Jezus neemt de zondaars aan.
Moment ter gedachtenis overledenen
gemeente gaat staan en de namen worden voorgelezen
Stilte-moment
Zingen met voorafgaande inleidend orgelspel: Psalm 121
1 'k Sla d' ogen naar 't gebergte heen,
vanwaar ik dag en nacht des Hoogsten bijstand wacht.
Mijn hulp is van de HEER' alleen,
Die hemel, zee en aard eerst schiep en sinds bewaarde
4 De HEER' zal u steeds gadeslaan,
opdat Hij in gevaar uw ziel voor ramp bewaar'.
De HEER', 't zij g' in of uit moogt gaan,
en waar g' U heen moogt spoeden, zal eeuwig u behoeden.
Gebed
Schriftlezing: Mattheüs 11: 1 t/m 19
Zingen: Psalm 40
5 Uw heilleer wordt door mij alom verbreid:
'k bedwing mijn tong en lippen niet.
Gij weet het, HEER', Die alles ziet:
mijn hart verbergt nooit Uw gerechtigheid.
Uw waarheid doe ik horen,
Uw heil, de mens beschoren,
vloeit daag’lijks uit mijn mond.
Uw gunst, Uw trouw, Uw woord
en Godsgeheimen hoort
Uw talrijk volk in 't rond.
8 Verheug het volk, verblijd hen allen, HEER,
die naar U zoeken t' elken stond'.
Leg steeds Uw vrienden in de mond:
"De groten God zij eeuwig lof en eer!"
Schoon 'k arm ben en ellendig,
denkt God aan mij bestendig.
Gij zijt mijn hulp, mijn kracht,
mijn redder, o mijn God.
Bestierder van mijn lot,
vertoef niet, hoor mijn klacht!
Verkondiging
Zingen: lied 363
1 Niet zien en toch geloven – o God, als Gij mij helpt
dan zal ik toch U loven, hoezeer ik overstelpt
door allerhande plagen, door twijfel en verdriet,
naar het waarom blijf vragen – toch zing ik U dit lied!
2 Niet zien en toch geloven: vertrouwend verdergaan,
niet horend, als een dove, niet ziende, blind voortaan,
niet reikend met mijn handen naar meer dan Gij mij geeft,
maar wijs door scha en schande geloven dat Gij leeft
3 Niet zien en toch geloven –uw dag komt naderbij!
De oren van de dove ontsluit en opent Gij!
En al wie in den blinde op U alleen vertrouwt,
zal eenmaal ondervinden dat wie gelooft, aanschouwt!
Geloofsbelijdenis
Zingen: Psalm 72 (Weerklank)
6 Ja, elke koning zal zich buigen en knielen voor hem neer.
Elk volk zal van zijn macht getuigen, hem dienen tot zijn eer.
Want deze vorst hoort naar de armen die roepen in hun nood.
Hij helpt verdrukten vol erbarmenen redt hen van de dood.
7 Hij zal zich over elk ontfermen die zonder helper is.
Hij zal geringen trouw beschermen, hun redding is gewis.
Hij zal hen van geweld bevrijden, al gaat het nog zo hoog,
hun bloed, hun tranen en hun lijden zijn kostbaar in zijn oog.
10 De HERE God zij lof bewezen door alle tijden heen.
Die HEER, in Israël geprezen, doet wondren, Hij alleen.
Zijn naam moet eeuwig lof ontvangen, aan Hem alleen de eer.
De aarde juiche met haar zangen: Ja, amen! Loof de Heer!
Dankgebed, voorbede
Zingen: Psalm 68:10
Geloofd zij God met diepst ontzag!
Hij overlaadt ons, dag aan dag
met Zijne gunstbewijzen.
Die God is onze zaligheid;
wie zou die hoogste Majesteit
dan niet met eerbied prijzen?
Die God is ons een God van heil,
Hij schenkt uit goedheid zonder peil
ons 't eeuwig, zalig leven.
Hij kan en wil en zal in nood,
zelfs bij het naad’ren van de dood,
volkomen uitkomst geven.
17 Hoe groot, hoe vrees'lijk zijt g' alom
uit Uw verheven heiligdom,
aanbidd'lijk Opperwezen!
't Is Isrels God, die krachten geeft,
van Wien het volk zijn sterkte heeft:
looft God, elk moet Hem vrezen.
Zegen
Bij verlaten van de kerk, orgel en koor:
Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heeren hand;
moedig sla ik dus de ogen naar het onbekende land.
Leer mij volgen zonder vragen; Vader, wat Gij doet is goed!
Leer mij slechts het heden dragen met een rustig, kalme moed!
Heer, ik wil uw liefde loven, al begrijpt mijn ziel U niet.
Zalig hij, die durft geloven, ook wanneer het oog niet ziet.
Schijnen mij Uw wegen duister, zie, ik vraag U niet: waarom?
Eenmaal zie ik al Uw luister, als ik in Uw hemel kom!
Laat mij niet mijn lot beslissen: zo ik mocht ik durfde niet.
Ach, hoe zou ik mij vergissen, als Gij mij de keuze liet!
Wil mij als een kind behand’len, dat alleen de weg niet vindt:
neem mijn hand in Uwe handen en geleid mij als een kind.
Waar de weg mij brengen moge, aan des Vaders trouwe hand,
loop ik met gesloten ogen naar het onbekende land.