Liturgie van de dienst op zondag 14 juli 2024 om 09:30 uur

Voorganger: ds. Stehouwer

Lezing: 2 Petrus 1

bevestiging ds. Ouwehand

De gezangen in deze liturgie worden gezongen uit de liedbundel Weerklank, tenzij anders is aangegeven.

Orgelspel: weerklank 261
'Heer, die als een Herder ons hoedt en leidt'

Voorzang: Psalm 105
1 Looft, looft, verheugd den HEER' der heren,
aanbidt Zijn Naam en wilt Hem eren!
Doet Zijne glorierijke dan
alom de volkeren verstaan,
en spreekt met aandacht en ontzag
van Zijne wond'ren dag aan dag.

5 God zal Zijn waarheid nimmer krenken,
maar eeuwig Zijn verbond gedenken.
Zijn woord wordt altoos trouw volbracht,
tot in het duizendste geslacht.
't Verbond met Abraham, Zijn vrind,
bevestigt Hij van kind tot kind.

Stil gebed

Votum & Groet

Zingen: Psalm 143
8 Laat mij Uw dierb're goedheid prijzen,
wanneer ik 't morgenlicht zie rijzen.
'k Betrouw op U in mijn ellend'.
Wil mij het ware heilspoor wijzen:
mijn ziel heeft zich tot U gewend.

10 Leer mij, o God van zaligheden,
mijn leven in Uw dienst besteden,
Gij zijt mijn God, vat Gij mijn hand!
Uw goede Geest bestier' mijn schreden
en leid' mij in een effen land.
Wetslezing

Zingen Weerklank 280
1 Heer, het Woord, door U gegeven, vol van schatten, nieuw en oud,
spreekt van eeuwig, zalig leven,is meer waard dan 't fijnste goud.
Al uw plannen en gedachten, kostbaar en verheven t' achten,
heel uw hart waar liefde woont, hebt U mij in 't Woord getoond.

2 En ding is slechts nodig, Heere, nee, U vraagt van mij niet veel:
boven alles te begeren 't eeuwig blijvend, goede deel.
Ja, het Woord door U gegeven, is de waarheid, geest en leven:
't is een lamp die helder straalt, mijn voet bij uw pad bepaalt.

4 Trotse bergen zullen wijken, al wat zichtbaar is, vergaan;
maar wat wankel moge blijken: eeuwig blijft uw Woord bestaan.
Uw gedachten, wond're schatten, zijn door mensen niet te vatten,
maar uw Geest leert z' ons verstaan. Heer, 't geloof bidt zwijgend aan.

Gebed

Schriftlezing 2 Petrus 1
1 Simeon Petrus, een dienstknecht en apostel van Jezus Christus, aan hen die een even kostbaar geloof ontvangen hebben als wij, door de gerechtigheid van onze God en Zaligmaker, Jezus Christus:
2 moge genade en vrede voor u vermeerderd worden door de kennis van God en van Jezus, onze Heere.
3 Immers, Zijn Goddelijke kracht heeft ons alles geschonken wat tot het leven en de godsvrucht behoort, door de kennis van Hem Die ons geroepen heeft door Zijn heerlijkheid en Zijn deugd.
4 Daardoor heeft Hij ons de grootste en kostbare beloften geschonken, opdat u daardoor deel zou krijgen aan de Goddelijke natuur, nadat u het verderf, dat er door de begeerte in de wereld is, ontvlucht bent.
5 En daarom moet u zich er met alle inzet op toeleggen om aan uw geloof deugd toe te voegen, aan de deugd kennis,
6 aan de kennis zelfbeheersing, aan de zelfbeheersing volharding, aan de volharding godsvrucht,
7 aan de godsvrucht broederliefde en aan de broederliefde liefde voor iedereen.
8 Want als deze dingen bij u aanwezig zijn en toenemen, zullen ze u niet doelloos en onvruchtbaar laten wat de kennis van onze Heere Jezus Christus betreft.
9 Immers, bij wie deze dingen niet aanwezig zijn, die is blind en kortzichtig, omdat hij de reiniging van zijn vroegere zonden vergeten is.
10 Daarom, broeders, beijver u des te meer om uw roeping en verkiezing vast te maken; want als u dat doet, zult u nooit meer struikelen.
11 Want zo zal u in rijke mate de toegang worden verleend tot het eeuwig Koninkrijk van onze Heere en Zaligmaker, Jezus Christus.
12 Daarom zal ik niet nalaten u altijd aan deze dingen te herinneren, hoewel u ze weet en in de waarheid, die bij u is, versterkt bent.
13 En ik acht het juist, zolang ik in deze tent ben, u op te wekken door de herinnering hieraan,
14 omdat ik weet dat het afbreken van mijn tent nu snel zal plaatsvinden, zoals onze Heere Jezus Christus mij ook duidelijk heeft gemaakt.
15 Maar ik zal mij ook voortdurend beijveren dat u na mijn heengaan deze dingen in gedachten blijft houden.
16 Want wij zijn geen kunstig bedachte verzinsels gevolgd, toen wij u de kracht en de komst van onze Heere Jezus Christus bekendmaakten, maar wij zijn ooggetuigen geweest van Zijn majesteit.
17 Want Hij heeft van God de Vader eer en heerlijkheid ontvangen, toen een stem als deze van de verheven heerlijkheid tot Hem kwam: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb.
18 En deze stem hebben wij gehoord, toen deze vanuit de hemel kwam, terwijl wij met Hem op de heilige berg waren.
19 En wij hebben het profetische woord, dat vast en zeker is, en u doet er goed aan daarop acht te slaan als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart.
20 Dit moet u allereerst weten, dat geen enkele profetie van de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat;
21 want de profetie is destijds niet voortgebracht door de wil van een mens, maar heilige mensen van God, door de Heilige Geest gedreven, hebben gesproken.

Zingen: Weerklank 616 (we zingen dit 2X)
1 Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad. 2x
Uw Woord is een lamp, uw Woord is een licht,
uw Woord is een lamp voor mijn voet
en een licht op mijn pad.

Verkondiging

Zingen Psalm 56
5 Ik roem in God, ik prijs 't onfeilbaar woord;
ik heb het zelf uit Zijne mond gehoord.
'k Vertrouw op God, door gene vrees gestoord,
wat sterv'ling zou mij schenden?
Ik heb beloofd, wanneer g' in mijn ellenden
mij bijstand boodt, en 't onheil af zoudt wenden,
tot U, o God, mijn lofzang op te zenden,
door ijver aangespoord.

6 Gij hebt mijn ziel beveiligd voor de dood,
Gij richt mijn voet, dat hij zich nimmer stoot',
Gij zijt voor mij een schild in alle nood,
Gij hebt mijn smart verdreven.
Uw dierb're gunst is m' altoos bijgebleven.
'k Zal voor Gods oog naar Zijn bevelen leven:
zo word' door mij Zijn Naam altoos verheven,
zo word' Zijn lof vergroot.

Lezing van formulier voor de bevestiging of verbintenis van dienaren van het Goddelijke Woord

Onderwijzing
Geliefden in de Heere Jezus Christus, het is u bekend dat wij u verschillende keren de naam van onze medebroeder Bastiaan Jan Willem Ouwehand genoemd hebben. De reden daarvan was om te vernemen of iemand iets wat zijn leer of levenswandel betreft zou kunnen inbrengen, waardoor hij niet in de dienst van het Woord bevestigd zou kunnen worden. Ons is gebleken dat niemand iets wettigs tegen hem heeft ingebracht. Daarom zullen wij nu in de naam des Heeren tot zijn bevestiging overgaan en verzoeken wij u, Bastiaan Jan Willem Ouwehand, en alle aanwezigen eerst met aandacht te luisteren naar een korte uitleg op grond van Gods Woord over de instelling en betekenis van het ambt van de dienaar van het Woord.

Dit Woord leert ons allereerst dat God, onze hemelse Vader, die uit het verdorven menselijke geslacht een gemeente wil roepen en tot het eeuwige leven wil vergaderen, daartoe als een bijzondere genade de dienst van mensen gebruikt. Daarom zegt Paulus dat 'de Heere Christus gegeven heeft sommigen tot apostelen, sommigen tot profeten, sommigen tot evangelisten en sommigen tot herders en leraars, tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouw van het lichaam van Christus'. Uit dit gedeelte blijkt onder andere dat het herdersambt een instelling van Christus is.
Wat dit ambt inhoudt, kunnen we gemakkelijk uit de naam afleiden. Want zoals het het werk van een gewone herder is een hem toevertrouwde kudde te weiden, te leiden, te beschermen en te regeren, zo is het ook met de geestelijke herders. Zij zijn over de gemeente gesteld, die God tot de zaligheid roept en voor schapen van Zijn weide houdt.
Deze weide is de verkondiging van het Woord met de daarbijhorende bediening van de gebeden en de heilige sacramenten. Dat Woord is ook de staf, waarmee de kudde geleid en geregeerd wordt. Hieruit blijkt wat de taak van de dienaar des Woords is.

In de eerste plaats moet hij de Heilige Schrift grondig en naar waarheid aan de gemeente uitleggen en toe-eigenen, zowel aan allen als aan ieder persoonlijk. Hij zal dit tot heil van de hoorders moeten doen, door te onderwijzen, te vermanen, te vertroosten en te bestraffen, naar dat ieder nodig heeft, door de bekering tot God en de verzoening met Hem door het geloof in Jezus Christus te verkondigen, en door met de Heilige Schrift alle dwalingen en ketterijen die tegen de zuivere leer strijden te weerleggen. Dit wordt ons in de Schrift duidelijk geleerd, want Paulus schrijft dat de dienaar 'in het Woord arbeidt'
en op een andere plaats leert hij dat dat moet gebeuren naar de regel van het geloof. Hij schrijft ook dat een herder 'aan het getrouwe Woord moet vasthouden en dat op de rechte wijze moet verkondigen', evenzo: die Gods Woord predikt, 'sticht, vermaant en vertroost de mensen'. Op een andere plaats stelt Paulus zichzelf de dienaars tot een voorbeeld, als hij zegt dat hij 'in het openbaar en bij de huizen (...) de bekering tot God en het geloof in onze Heere Jezus Christus' betuigd heeft. Met name in 2 Korinthe 5 vinden we een goede beschrijving van het ambt van dienaar van het Evangelie, waar de apostel schrijft: 'al deze dingen zijn uit God, die ons met Zichzelf verzoend heeft door Jezus Christus, en ons' (namelijk de apostelen en herders) 'de bediening der verzoening gegeven heeft. Want God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende, en heeft het woord der verzoening in ons gelegd. Zo zijn wij dan gezanten van Christus' wege, alsof God door ons bad: wij bidden van Christus' wege: laat u met God verzoenen'.
Wat de weerlegging van de onzuivere leer betreft zegt Paulus dat een dienaar aan het Woord van God moet vasthouden, om de tegensprekers te weerleggen en de mond te stoppen.

In de tweede plaats houdt het herdersambt in namens de gemeente in het openbaar Gods naam aan te roepen. De dienaren hebben met de apostelen gemeen wat dezen zeggen: 'Wij zullen volharden in het gebed en in de bediening van het Woord'. Hierop doelt Paulus, als hij aan Timothes schrijft: 'Ik vermaan dan vr alle dingen dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbeden, dankzeggingen voor alle mensen, voor koningen en allen die in hoogheid zijn'.
In de derde plaats bestaat hun ambt uit de bediening van de sacramenten, die de Heere tot een zegel van Zijn genade heeft ingesteld, zoals blijkt uit het bevel dat Christus aan de apostelen gegeven heeft en dat ook de dienaren van het Woord aangaat: 'Hen dopende in de naam van de Vader, van de Zoon, en van de Heilige Geest'; en 'Doet dat () tot Mijn gedachtenis'.
In de vierde plaats is samen met de ouderlingen het de taak van de dienaren van het Woord de gemeente van God naar het Woord te doen leven en op zo'n wijze te regeren als de Heere opgedragen heeft. Want Christus zegt tot Zijn apostelen, nadat Hij over de onderlinge tucht gesproken heeft: 'Al wat gij op de aarde binden zult, zal in de hemelgebonden wezen'. En Paulus wil dat de dienaren op een goede manier leiding geven aan hun eigen gezin, indien ze die hebben, omdat zij anders geen zorg voor de gemeente kunnen dragen, noch haar regeren. Hierom worden de herders in de Bijbel opzieners en wachters genoemd, omdat zij opzicht hebben over het huis van God, opdat daar alles in goede orde en gepast zal toegaan. Met de sleutels van het hemelrijk, die hun toevertrouwd zijn, openen en sluiten zij, overeenkomstig hun door God gegeven opdracht.

Zij die geroepen zijn tot het herdersambt, dragen bijzondere verantwoordelijkheid in de zielzorg, waarbij hun naar de orde der kerk geheimhouding is opgelegd van al datgene wat bij de uitoefening van hun ambt vertrouwelijk te hunner kennis is gekomen. Uit deze uiteenzetting kan men opmaken hoe heerlijk het herdersambt is -omdat er zulke grote dingen door tot stand komen- en hoe noodzakelijk dat ambt is om de mensen tot de zaligheid te brengen. Om deze reden wil de Heere dat dit ambt altijd zal blijven. Want als Christus Zijn apostelen uitzendt om deze bediening te verrichten, zegt Hij: 'Ziet, Ik ben met u al de dagen tot de voleinding der wereld'. Hieruit blijkt dat het Zijn wil is dat deze dienst altijd op aarde onderhouden wordt, want de personen tot wie Hij spreekt, waren sterfelijke mensen. Daarom vermaant Paulus Timothes, 'hetgeen hij van hem gehoord had, aan getrouwe mensen toe te vertrouwen, die bekwaam zijn om anderen te leren' en beveelt hij Titus, nadat hij hem tot herder bevestigd heeft, 'in alle steden ouderlingen en opzieners aan te stellen'.

Beantwoording van de vragen
Omdat ook wij, om deze dienst in Gods kerk te onderhouden, nu een nieuwe dienaar van het Woord bevestigen en er over dit ambt voldoende is gezegd, verzoeken wij u, Bastiaan Jan Willem Ouwehand, op te staan van uw zitplaats en te antwoorden op wat u gevraagd wordt, opdat iedereen zal horen dat u gezind bent deze dienst op de juiste wijze te vervullen. Ik vraag u:

Ten eerste: bent u er in uw hart van overtuigd dat u wettig door Gods gemeente en daarom door God zelf tot deze heilige dienst geroepen bent?
Ten tweede: houdt u de boeken van het Oude en van het Nieuwe Testament voor het enige Woord van God, dat de volkomen leer der zaligheid bevat, en verwerpt u alle leringen die daarmee in strijd zijn?
Ten derde: belooft u uw ambt, zoals hiervoor omschreven, in overeenstemming met deze leer getrouw uit te oefenen en uw leer te onderstrepen met een godvruchtige levenswandel? Belooft u geheim te houden datgene wat bij de uitoefening van uw ambt vertrouwelijk te uwer kennis is gekomen? Belooft u ook zich te onderwerpen aan de kerkelijke vermaning wanneer u onverhoopt mocht ontsporen?

Zegen
God, onze hemelse Vader, die u tot deze heilige dienst geroepen heeft, verlichte u door Zijn Geest, versterke u door Zijn hand, en regere u z in uw bediening dat u daarin dienstbaar en vruchtbaar mag wandelen, tot grootmaking van Zijn naam en tot uitbreiding van het rijk van Zijn Zoon, Jezus Christus. Amen.

Toezingen van de gemeente Psalm 134
3 Dat 's HEEREN zegen op u daal',
Zijn gunst uit Sion u bestraal'.
Hij schiep 't heelal, Zijn naam ter eer;
looft, looft dan aller heren HEER'!

Lezing slotgedeelte van formulier
Heb dan, geliefde broeder en mededienaar in Christus, acht op uzelf en op de hele kudde, waarover de Heilige Geest u tot een opziener gesteld heeft, om Gods gemeente te weiden, die Hij verkregen heeft door het bloed van Zijn eigen Zoon. Heb Christus lief en weid Zijn schapen, niet gedwongen of uit winstbejag, maar vrijwillig en vol toewijding; niet om over het erfdeel des Heeren te heersen, maar om een voorbeeld voor de kudde te zijn. Wees in woord en daad, in liefde, in de Geest, in geloof en in reinheid een voorbeeld voor de gelovigen. Volhard in het onderzoek van Gods Woord, in het vermanen en leren en veronachtzaam de gave die u gegeven is niet. Bedenk deze dingen, en wees hierin bezig, opdat uw groei in alles zichtbaar wordt. Heb acht op de leer en volhard daarin. Verdraag als een goed soldaat van Christus geduldig alle lijden en verdrukking. Als u deze dingen doet, zult u zowel uzelf behouden als degenen die onder uw gehoor komen. En wanneer de overste Herder verschenen zal zijn, zult u de onverwelkelijke kroon der heerlijkheid ontvangen.

Geliefde christenen, ontvangt deze dienaar in de Heere met blijdschap en hebt achting voor alle dienaren. Bedenkt dat God zelf door middel van hem tot u spreekt en u bidt. Neemt daarom het woord aan dat hij u overeenkomstig de Heilige Schrift zal verkondigen, niet als het woord van een mens, maar als Gods Woord, wat het ook in waarheid is. Laten de voeten van degenen die vrede verkondigen en die het goede boodschappen u aangenaam zijn. Weest uw voorgangers gehoorzaam, want zij waken over uw zielen -waarvan zij rekenschap moeten geven-, opdat ze dat met vreugde zullen doen en niet zuchtende, want dat is niet tot uw voordeel. Als u dit doet, zal de vrede Gods in uw huizen komen en zult u, die deze dienaar als profeet aanneemt, het loon van een profeet ontvangen en wanneer u door zijn woord in Christus gelooft, zult u door Christus het eeuwige leven berven.

Formulier-gebed, dankgebed en voorbede, gezamenlijk Onze Vader
Maar omdat niemand uit zichzelf tot deze dingen in staat is, laten we God met dankzegging bidden:
Barmhartige Vader, wij danken U dat U Zich door de dienst van mensen uit het verloren menselijke geslacht een gemeente tot het eeuwige leven wilt vergaderen. We danken U dat U de kerk hier ter plaatse genadig een getrouwe dienaar geschonken hebt. Wij bidden U, wil hem door Uw Geest hoe langer hoe meer bekwamen tot de dienst, waartoe U hem bestemd en geroepen hebt. Wilt U zijn verstand verlichten om de Heilige Schrift te verstaan, en hem de woorden in de mond leggen om vrijmoedig de verborgenheden van het Evangelie te verkondigen. Geef hem wijsheid en moed om de gemeente waarover hij gesteld is, op de juiste wijze te regeren en in christelijke vrede
bijeen te houden, opdat Uw kerk onder zijn bediening en door zijn levenswandel zal uitbreiden en meer vrucht zal dragen. Verleen hem moed in alle voorkomende moeilijkheden, die hij in zijn dienst zal ontmoeten, opdat hij, gesterkt door de troost van Uw Geest, tot het einde standvastig zal blijven en samen met alle getrouwe dienstknechten in de vreugde van zijn Heere zal mogen ingaan.
Wil ook aan deze gemeente Uw genade schenken, opdat zij zich zoals het behoort tegenover haar predikant gedraagt, hem als door U gezonden erkennen, met eerbied de leer en vermaning van Christus aannemen en zich daaraan onderwerpen. Opdat zij door zijn woord in Christus geloven en het eeuwige leven deelachtig mogen worden.

Zingen Psalm 145
1 O God, mijn God, Gij aller vorsten HEER',
ik zing verheugd Uw groten naam ter eer!
Ik zal de roem van Uwe majesteit
verhogen tot in d' eind'looz' eeuwigheid.
'k Zal dag aan dag U eer en dank bewijzen.
De HEER' is groot, al 't schepsel moet Hem prijzen:
Zijn grootheid streeft het kloekst begrip te boven.
Laat elk geslacht Zijn werk en almacht loven!

2 Ik zal, o HEER', Dien ik mijn Koning noem,
de luister van Uw majesteit en roem
verbreiden, en Uw wonderlijke dan
met diep ontzag aandachtig gadeslaan.
Elks juichend hart zal Uw geducht vermogen,
de grote kracht van Uwe arm verhogen.
Ik zal mijn stem met aller lofzang paren
En overal Uw grootheid openbaren.

Zegen

Uitleidend orgelspel


Naar het overzicht van de kerkdiensten