Liturgie van de dienst op Eerste Pinksterdag 19 mei 2024 om 09:30 uur

Voorganger: ds. M.C. Stehouwer

Lezing: Handelingen 10

Openbare geloofsbelijdenis

De gezangen in deze liturgie worden gezongen uit de liedbundel Weerklank, tenzij anders is aangegeven.

Op zondagmorgen, Eerste Pinksterdag 19 mei, hopen 7 broeders en zusters belijdenis van het geloof hopen af te leggen. En van hen zal ook worden gedoopt.

De Heilige Geest is uitgestort en de Heere werkt met Zijn Geest in de levens van jong en oud zodat Christus als Verlosser en Heer beleden wordt! Wat een vreugde om daar getuige van te mogen zijn. Laat deze dienst tevens een aansporing en uitnodiging zijn voor een ieder om Jezus als Zoon van God te erkennen onderweg naar Zijn Koninkrijk en dat heerlijke moment... "opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader." Filippenzen 2:10-11.

Inleidend orgelspel

Welkom en afkondigingen

Zingen: gezang 441
1 Heer, wijs mij uw weg en leid mij als een kind
dat heel de levensweg slechts in U richting vindt.
Als mij de moed ontbreekt om door te gaan,
troost mij dan liefdevol en moedig mij weer aan.

2 Heer, leer mij uw weg, die zuiver is en goed.
Uw woord is onderweg als een lamp voor mijn voet.
Als mij het zicht ontbreekt, het donker is,
leid mij dan op uw weg, de weg die eeuwig is.

3 Heer, leer mij uw wil aanvaarden als een kind
dat blindelings en stil U vertrouwt, vrede vindt.
Als mij de wil ontbreekt uw weg te gaan,
spreek door uw Woord en Geest mijn hart en leven aan.

4 Heer toon mij uw plan; maak door uw Geest bekend
hoe ik U dienen kan en waarheen U mij zendt.
Als ik de weg niet weet, de hoop opgeef,
toon mij dat Christus heel mijn weg gelopen heeft.
Toon mij dat Christus heel mijn weg gelopen heeft.

Zingen gezang 242
1 Samen in de naam van Jezus heffen wij een loflied aan,
want de Geest spreekt alle talen en doet ons elkaar verstaan.
Samen bidden, samen zoeken naar het plan van onze Heer.
Samen zingen en getuigen, samen leven tot zijn eer.

2 Heel de wereld moet het weten dat God niet veranderd is.
En zijn liefde als een lichtstraal doordringt in de duisternis.
't Werk van God is niet te keren omdat Hij er over waakt,
en de Geest doorbreekt de grenzen die door mensen zijn gemaakt.

3 Prijs de Heer, de weg is open naar de Vader, naar elkaar.
Jezus Christus, Triomfator, mijn Verlosser, Middelaar.
Vader, met geheven handen breng ik U mijn dank en eer.
't Is uw Geest die mij doet zeggen: Jezus Christus is de Heer!

Stil gebed

Votum & Groet

Zingen: Psalm 86
6 Leer mij naar Uw wil te hand'len,
'k zal dan in Uw waarheid wand'len.
Neig mijn hart en voeg het sam,
tot de vrees van Uwen Naam.
HEER', mijn God, ik zal U loven,
heffen 't ganse hart naar boven,
'k zal Uw Naam en majesteit
eren tot in eeuwigheid.

Wetslezing

Zingen: Psalm 17
3 Ik zet mijn treden in Uw spoor, opdat mijn voet niet uit zou glijden.
Wil mij voor struikelen bevrijden, en ga mij met Uw heillicht voor.
Ik roep U aan, 'k blijf op U wachten, omdat G', o God, mij altoos redt.
Ai, luister dan naar mijn gebed en neig Uw oren tot mijn klachten.

4 Maak Uwe weldan wonderbaar, Gij, die Uw kind'ren wilt behoeden
voor 's vijands macht en vrees'lijk woeden en hen beschermt in 't grootst gevaar.
Wil mij Uw bijstand niet onttrekken; Uw zorg bewaak' mij van omhoog.
Bewaar m' als d' appel van het oog, wil mij met Uwe vleug'len dekken.

Gebed
Schriftlezing: Handelingen 10

En er was een man in Caesarea, van wie de naam Cornelius was, een hoofdman over honderd van de afdeling die de Italiaanse genoemd werd, een vroom man, die met heel zijn huis God vreesde, veel liefdegaven aan het volk gaf en voortdurend tot God bad.
Hij zag in een visioen duidelijk, ongeveer op het negende uur van de dag, dat er een engel van God bij hem binnenkwam, die tegen hem zei: Cornelius!
En hij hield de ogen op hem gericht en werd zeer bevreesd, en hij zei: Wat is er, heer? En de engel zei tegen hem: Uw gebeden en uw liefdegaven zijn als gedachtenis opgestegen naar God.
Stuur nu mannen naar Joppe en ontbied Simon, die ook Petrus genoemd wordt.
Deze is te gast bij een zekere Simon, een leerlooier, die zijn huis bij de zee heeft. Hij zal u zeggen wat u moet doen.
En toen de engel die tot Cornelius sprak, weggegaan was, riep hij twee van zijn huisslaven, en een vrome soldaat uit hen die steeds bij hem waren; en toen hij hun alles verteld had, stuurde hij hen naar Joppe.
En de volgende dag, terwijl zij op reis waren en de stad naderden, klom Petrus op het dak om te bidden, ongeveer op het zesde uur, en hij kreeg honger en wilde iets nuttigen. En terwijl zij het eten bereidden, raakte hij in geestvervoering.
En hij zag de hemel geopend en een voorwerp naar zich toe komen, dat leek op een groot linnen laken, dat aan de vier hoeken vastgebonden was en neergelaten werd op de aarde, waarin zich al de viervoetige dieren van de aarde bevonden, de wilde en de kruipende dieren en de vogels in de lucht.
En er kwam een stem tot hem: Sta op, Petrus, slacht en eet!
Maar Petrus zei: Beslist niet, Heere, want ik heb nooit iets gegeten wat onheilig of onrein is.
En er kwam opnieuw, voor de tweede keer, een stem tot hem: Wat God gereinigd heeft, mag u niet voor onheilig houden!
En dit gebeurde tot driemaal toe; en het voorwerp werd weer opgenomen in de hemel.
Toen Petrus bij zichzelf twijfelde wat het visioen dat hij gezien had, kon betekenen, zie, daar stonden de mannen die door Cornelius gestuurd waren, bij de poort, nadat zij naar het huis van Simon gevraagd hadden.
En zij riepen iemand en vroegen of Simon, die ook Petrus genoemd wordt, daar te gast was.
Terwijl Petrus nog over dat visioen nadacht, zei de Geest tegen hem: Zie, drie mannen zoeken u; sta daarom op, ga naar beneden en reis met hen mee. Twijfel niet, want Ik heb hen gestuurd.
En Petrus ging naar beneden, naar de mannen die door Cornelius naar hem toe gestuurd waren, en zei: Zie, ik ben het die u zoekt. Wat is de reden waarom u hier bent?
En zij zeiden: Cornelius, een hoofdman over honderd, een rechtvaardig man, die God vreest en van wie heel het volk van de Joden een goed getuigenis geeft, is door een aanwijzing van God aangespoord door een heilige engel om u naar zijn huis te ontbieden om van u woorden van zaligheid te horen.
Toen riep hij hen naar binnen en ontving hen als gast. En de volgende dag vertrok Petrus met hen, en enigen van de broeders uit Joppe gingen met hem mee.
En de volgende dag kwamen zij in Caesarea aan. En Cornelius verwachtte hen en had zijn familieleden en beste vrienden bijeengeroepen.
En het gebeurde, toen Petrus naar binnen ging, dat Cornelius hem tegemoetkwam, aan zijn voeten viel en hem aanbad.
Maar Petrus richtte hem op en zei: Sta op, ik ben zelf ook maar een mens.
En terwijl hij met hem sprak, ging hij naar binnen en trof er velen aan die samengekomen waren.
En hij zei tegen hen: U weet dat het een Joodse man niet toegestaan is om met iemand van een ander volk om te gaan of bij hem binnen te gaan; maar God heeft mij laten zien dat ik geen mens onheilig of onrein mag noemen.
Daarom ben ik ook zonder tegenspreken gekomen, toen ik ontboden werd. Dus vraag ik om welke reden u mij hebt ontboden.
En Cornelius zei: Vier dagen geleden had ik tot dit uur toe gevast, en op het negende uur bad ik in mijn huis.
En zie, er stond een man in blinkende kleding voor mij en die zei: Cornelius, uw gebed is verhoord en uw liefdegaven zijn bij God in gedachtenis gekomen.
Stuur dan mensen naar Joppe en laat Simon halen, die ook Petrus genoemd wordt; deze is te gast in het huis van Simon, de leerlooier, bij de zee. Als hij hier gekomen is, zal hij tot u spreken.
Dus heb ik ogenblikkelijk mensen naar u toe gestuurd, en u hebt er goed aan gedaan dat u hier gekomen bent. Wij zijn dan nu allen hier aanwezig, in de tegenwoordigheid van God, om alles te horen wat u door God bevolen is.
En Petrus opende zijn mond en zei: Ik zie nu in waarheid in dat God niet iemand om de persoon aanneemt; maar in ieder volk is degene die Hem vreest en gerechtigheid doet, Hem welgevallig.
Dit is het woord dat Hij gezonden heeft tot de Isralieten, waardoor Hij vrede verkondigt door Jezus Christus; Deze is de Heere van allen.
U weet wat er gebeurd is in heel Judea, wat begon in Galilea na de doop die Johannes gepredikt heeft: hoe God Jezus van Nazareth gezalfd heeft met de Heilige Geest en met kracht en hoe Hij het land doorgegaan is, terwijl Hij goeddeed en allen die door de duivel overweldigd waren, genas, want God was met Hem.
En wij zijn getuigen van alles wat Hij gedaan heeft, zowel in het Joodse land als in Jeruzalem. Ze hebben Hem gedood door Hem aan een hout te hangen.
Deze heeft God opgewekt op de derde dag en Hij heeft gegeven dat Hij zou verschijnen, niet aan heel het volk, maar aan de getuigen die door God tevoren verkozen waren, aan ons namelijk, die met Hem gegeten en gedronken hebben, nadat Hij uit de doden opgestaan was.
En Hij heeft ons bevolen tot het volk te prediken en te getuigen dat Hij Degene is Die door God aangesteld is tot een Rechter over levenden en doden.
Van Hem getuigen al de profeten dat ieder die in Hem gelooft, vergeving van zonden ontvangen zal door Zijn Naam.
Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, viel de Heilige Geest op allen die het Woord hoorden.
En de gelovigen die van de besnijdenis waren, zovelen als er met Petrus waren meegekomen, waren buiten zichzelf dat de gave van de Heilige Geest ook op de heidenen uitgestort werd, want zij hoorden hen spreken in vreemde talen en God grootmaken. Toen antwoordde Petrus:
Kan iemand soms het water weren, zodat deze mensen, die evenals wij de Heilige Geest ontvangen hebben, niet gedoopt zouden worden?
En hij beval dat zij gedoopt zouden worden in de Naam van de Heere. Toen vroegen zij hem enkele dagen bij hen te blijven

Zingen: Psalm 143
10 Leer mij, o God van zaligheden,
mijn leven in Uw dienst besteden,
Gij zijt mijn God, vat Gij mijn hand!
Uw goede Geest bestier' mijn schreden
en leid' mij in een effen land.

Verkondiging

Zingen: gezang 456
1 O, Heer mijn God, wanneer ik in verwond'ring
de wereld zie die U hebt voortgebracht.
Het sterrenlicht, het rollen van de donder,
heel dit heelal, dat vol is van uw kracht.

Refrein
Dan zingt mijn ziel tot U, o Heer mijn God:
hoe groot zijt Gij, hoe groot zijt Gij!
Dan zingt mijn ziel tot U, o Heer mijn God:
hoe groot zijt Gij, hoe groot zijt Gij!

2 Als ik bedenk, hoe Jezus zonder klagen
tot in de dood gegaan is als een lam,
sta ik verbaasd, dat Hij mijn schuld wou dragen
en aan het kruis mijn zonde op zich nam.
Refrein

3 Als Christus komt met majesteit en luister,
brengt Hij mij thuis, hoe heerlijk zal dat zijn.
Dan zal ik vol aanbidding voor Hem buigen
en zingt mijn ziel: o Heer, hoe groot zijt Gij!
Refrein

Lezing van het formulier voor de openbare belijdenis van het geloof
Gemeente van Jezus Christus, Enige broeders en zusters verlangen nu in uw midden persoonlijk en openlijk belijdenis van het geloof af te leggen, opdat zij mogen delen in de volle gemeenschap van de Kerk. Zij worden hierdoor tot het Heilig Avondmaal toegelaten en dragen medeverantwoordelijkheid voor de opbouw van de gemeente van Christus. Wij geloven en belijden dat God in Christus Zijn kinderen vergadert uit alle rassen en volken en hen verenigt tot n lichaam, waarvan Jezus Christus het hoofd is en wij de leden zijn. In de Heilige Doop wordt ons verklaard en verzegeld, dat wij in Gods genadeverbond opgenomen zijn. Daarom behoren wij als leden van Christus' gemeente gedoopt te wezen. De Heilige Doop is Zijn merk- en veldteken. In het Heilig Avondmaal, waar Christus ons brood en wijn geeft als tekenen en zegelen van Zijn gekruisigd lichaam en Zijn vergoten bloed, verbindt Hij ons telkens opnieuw tot de waarachtige gemeenschap met Zichzelf en met elkaar. Zo verenigd met Christus, zijn wij geroepen met woord en daad Hem te belijden als Heere en Heiland, en Gods Koninkrijk te verkondigen en te verwachten.

Beantwoording van de vragen; de nieuwe lidmaten ontvangen ieder afzonderlijk Gods zegen
De kerkenraad heeft, na gevraagd te hebben naar uw geloof en kennis van de waarheid, met vertrouwen en blijdschap in uw voornemen toegestemd. Daarom verzoek ik u, broeders en zusters, die nu belijdenis van het geloof wilt afleggen, op te staan en in dankbare gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift en in gemeenschap met de belijdenis van de vaderen te antwoorden op de volgende vragen:
In de eerste plaats: Belijdt u te geloven in God, de Vader, de Almachtige, Schepper van hemels en aarde, en in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Heere, en in de Heilige Geest?
In de tweede plaats: Aanvaardt u de roeping om, als lidmaat van de gemeente, die God Zich in Christus tot het eeuwige leven verkoren heeft, door Zijn genade tegen de zonde en de duivel te strijden, uw Heiland te volgen in leven en sterven, Hem te belijden voor de mensen en met blijdschap te arbeiden in Zijn Koninkrijk?
In de derde plaats: Wilt u, in de gemeenschap van de algemene, christelijke Kerk, waarvan ook de Hervormde Gemeente te Scherpenzeel binnen de Protestantse Kerk in Nederland een gestalte is, en onder haar opzicht, getrouw zijn onder de bediening van het Woord en van de sacramenten, volharden in het gebed en in het lezen van de Heilige Schrift en naar de u geschonken gaven meewerken aan de opbouw van de gemeente van Christus?
Wat is daarop uw antwoord?
Ja. Het antwoord wordt door ieder afzonderlijk gegeven

Doopbediening

Belijdende leden zingen SAMEN MET de gemeente gezang 439
1 Heer, U bent mijn leven, de grond waarop ik sta.
Heer, U bent mijn weg, de waarheid die mij leidt.
Uw woord is het pad, de weg waarop ik ga,
zolang U mij adem geeft, zolang als ik besta.
Ik zal niet meer vrezen, want U bent bij mij.
Heer, ik bid U, blijf mij nabij.

2 'k Geloof in U, Heer Jezus, geboren uit de maagd,
eeuw'ge Zoon van God, die mens werd zoals wij.
U die stierf uit liefde, leeft nu onder ons:
n met God de Vader en verenigd met uw volk;
tot de dag gekomen is van uw wederkomst,
dan brengt U ons thuis in Gods rijk.

3 Heer, U bent mijn kracht, de Rots waarop ik bouw.
Heer, U bent mijn waarheid, de vrede van mijn hart.
En niets in dit leven zal ons scheiden, Heer;
zo weet ik mij veilig, want uw hand laat mij nooit los.
Van wat ik misdaan heb, heeft U mij bevrijd
en in uw vergeving leef ik nu.

4 Vader van het leven, ik geloof in U.
Jezus, de Verlosser, wij hopen steeds op U.
Kom hier in ons midden, Geest van liefd' en kracht,
U die via duizend wegen ons hier samen bracht;
en op duizend wegen zendt U ons weer uit,
om het zaad te zijn van Gods rijk.

Opneming onder de belijdende leden en toelating tot het Heilig Avondmaal
Uit kracht van uw doop en als gevolg van uw persoonlijke belijdenis van het geloof verklaren wij u, in de gemeenschap van de Kerk van Christus, tot belijdende leden van de Protestantse Kerk in Nederlands en nodigen u tot het Heilig Avondmaal. "De God van alle genade, die u in Christus geroepen heeft tot Zijn eeuwige heerlijkheid, Hij zal u volmaken, bevestigen, sterken en grondvesten. Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid." (1 Pet.5) Amen.

Gemeente zingt de nieuwe belijdende leden toe - Psalm 25
6 Wie heeft lust de HEER' te vrezen,
't allerhoogst en eeuwig goed?
God zal Zelf zijn leidsman wezen,
leren hoe hij wand'len moet.
't Goed, dat nimmermeer vergaat,
zal hij ongestoord verwerven,
en zijn Godgeheiligd zaad
zal 't gezegend aardrijk erven.

Persoonlijk woord tot belijdende leden

Lezing slot van het formulier
Geliefde broeders en zusters in de Heere, nu u door uw belijdenis in alle voorrechten van het lidmaatschap van de Kerk van Christus delen mag, moet u te allen tijde bedenken, dat u medeburgers van de heiligen bent en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus Zelf de hoeksteen is; in Hem wordt u ook mede gebouwd tot een woonstede van God in de Geest.
Gemeente van Jezus Christus, nu u de belijdenis van deze broeders en zusters hebt gehoord (en getuige geweest bent van de doop) en hun toelating tot het Heilig Avondmaal hebt vernomen, bevelen wij hen aan in uw liefde en zorg, als leden, die met ons n zijn in de Heere. Gedenkt de woorden van onze Heere Jezus Christus: "een nieuw gebod geef Ik u, dat u elkaar liefhebt, gelijk Ik u liefgehad heb, dat u ook elkaar liefhebt. Hieraan zullen allen weten, dat u discipelen van Mij zijt, indien u liefde hebt onder elkaar."

Dankgebed, voorbede

Zingen: Weerklank 469
1 Voor uw liefde, Heer Jezus, dank U wel.
Voor uw liefde, Heer Jezus, dank U wel.
Wij aanbidden U, Heer. U komt toe alle lof en eer.
O, Heer, wij prijzen uw naam!

2 Voor uw woord van genade, dank U wel.
Voor uw woord van genade, dank U wel.
Heer, U maakte ons vrij. In uw kracht overwinnen wij.
O, Heer, wij prijzen uw naam!

3 Wij aanbidden U, Jezus, Zoon van God.
Wij aanbidden U, Jezus, Zoon van God.
Vul ons hart voor altijd, met uw liefde en heerlijkheid.
O, Heer, wij prijzen uw naam!

4 U bent heilig, heilig, heilig Heer.
U bent heilig, heilig, heilig Heer.
Machtig God, zie ons staan, neem ons lied als een lofzang aan.
O, Heer, wij prijzen uw naam!

5 Maranatha, Heer Jezus, kom terug.
Maranatha, Heer Jezus, kom terug.
Wij verwachten U, Heer. Hoor wij bidden: Kom haastig weer!
O, Heer, wij prijzen uw naam!

Zegen

Uitleidend orgelspel

Er is gelegenheid in het koor van de kerk de jonge lidmaten te feliciteren en Gods zegen toe te wensen


Naar het overzicht van de kerkdiensten