Liturgie van de dienst op Eerste Pinksterdag 28 mei 2023 om 09:30 uur

Voorganger: ds. G.C. Bergshoeff

Lezing: Handelingen 2 : 1 - 21

De gezangen in deze liturgie worden gezongen uit de liedbundel Weerklank, tenzij anders is aangegeven.

Alle licht op Christus
Komende zondag vieren we als gemeente de uitstorting van de Heilige Geest. En dat lijkt op het eerste gezicht dan een feest van de Geest te zijn. Maar dat is een hardnekkig misverstand. Een lezing van de preek van Petrus op de eerste Pinksterdag leert ons voldoende. Na enkele woorden gesproken te hebben over wat er is gebeurd die dag, spreekt hij vervolgens over Christus. En dat gebeurt door een man die vervuld is van de Geest. En dat is precies ook wat de Geest het liefst wil. Jezus heeft het zelf gezegd: Hij (de Geest) zal het uit het Mijne nemen, en het u verkondigen (Joh. 16:14). Dat is ook waaraan je een mens die met de Geest vervuld is, herkent: die spreekt groot van Christus. Het is een nogal kinderlijke houding om het werk van de Geest vooral in het bijzondere en spectaculaire te zoeken. Iets waar de christenen in Korinthe een handje van hadden. Zij dachten dat het kenmerk van de Geest vooral zat in allemaal bijzondere tekenen en ervaringen. Beste verrassend wat Paulus tegen deze christenen zegt: 'Broeders, word geen kinderen in uw denken, maar wees kinderlijk in de slechtheid, en word in uw denken volwassen.' (1 Kor. 14:20) Die geestelijke volwassenheid kunnen we heden ten dage wel gebruiken. En daarom hebben we de doorwerking van de Heilige Geest hard nodig.

Orgelspel

De kerkenraad komt binnen

Koor
Adem Gods, zo hoog, zo heilig
in het ontoegankelijk licht,
die de aarde overvleugelt
tot het duister is gezwicht,
Geest die ons hier op wil :llen
Naar een blijvend vergezicht,
Levende en levenschenkend,
op U is ons lied gericht.

Geest van boven, die wil werken
als de hartslag van Gods kerk,
Adem, die nooit onderbroken
in ons mensenleven werkt,
die in ons de geest van Christus
telkens weer tot leven brengt,
laat ons blijvend van U zingen:
onbetaalbaar godsgeschenk!

Mededelingen

Aanvangslied: Kom, Schepper, Geest, daal tot ons neer
Koor
Kom, Schepper, Geest, daal tot ons neer,
houd Gij bij ons uw intocht Heer;
vervul het hart dat U verbeidt,
met hemelse barmhartigheid.

Gij zijt de gave Gods, Gij zijt
de grote Trooster in de tijd,
de bron waaruit het leven springt,
het liefdevuur dat ons doordringt.

Allen
Verlicht ons duistere verstand
geef dat ons hart van liefde brandt,
en dat ons zwakke lichaam leeft
vanuit de kracht die Gij het geeft.

Verlos ons als de vijand woedt,
geef, Heer, de vrede ons voorgoed.
Leid Gij ons voort, opdat geen kwaad,
geen ongeval ons leven schaadt.

Doe ons de Vader en de Zoon
aanschouwen in de hoge troon,
O Geest, van beiden uitgegaan,
wij bidden U gelovig aan.

Votum en groet

Zingen: Psalm 33 : 1 en 11
Zingt vrolijk, heft de stem naar boven,
Rechtvaardigen, verheft den HEER.
Het past oprechten, God te loven;
Zingt Zijnen groten naam ter eer.
Prijst Hem in uw psalmen,
Met de schoonste galmen;
Roept Zijn weldaan uit;
Laat de keel zich paren
Met den klank der snaren;
Looft Hem met de luit.

Laat ons alom Zijn lof ontvouwen:
In Hem verblijdt zich ons gemoed,
Omdat wij op Zijn naam vertrouwen,
Dien Naam, zo heilig, groot en goed.
Goedertieren Vader,
Milde zegenader,
Stel Uw vriend'lijk hart,
Op Wiens gunst wij hopen,
Eeuwig voor ons open;
Weer steeds alle†smart.

Wet
Romeinen 12 : 9 - 21

Zingen: Psalm 119 : 9
Doe bij Uw knecht weldadigheid, o HEER,
Opdat ik leev', Uw woorden moog' bewaren,
En dat Uw Geest mij ware wijsheid leer',
Mijn oog verlicht', de nevels op doe klaren;
Dat mijne ziel de wond'ren zie en eer',
Die in Uw wet alom zich openbaren.

Gebeden

Schriftlezing: Handelingen 2 : 1 - 21
1 En toen de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eensgezind bijeen.
2 En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten.
3 En aan hen werden tongen als van vuur gezien, die zich verdeelden, en het zat op ieder van hen.
4 En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.
5 Nu woonden er Joden in Jeruzalem, godvrezende mannen uit alle volken die er onder de hemel zijn.
6 Toen dan dit geluid klonk, kwam de menigte samen en raakte in verwarring, want ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken.
7 En zij waren allen buiten zichzelf en verwonderden zich, en zij zeiden tegen elkaar: Zie, zijn het niet allen GalileeŽrs die daar spreken?
8 En hoe kunnen wij hen dan horen, eenieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn?
9 Parthen, Meden en Elamieten en zij die inwoners zijn van MesopotamiŽ, Judea, KappadociŽ, Pontus en Asia,
10 FrygiŽ, PamfyliŽ, Egypte, en de streken van LibiŽ, dat bij Cyrene ligt, alsook de nu hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als proselieten,
11 Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze taal over de grote werken van God spreken.
12 En zij waren allen buiten zichzelf en raakten in onzekerheid, en de ťťn zei tegen de ander: Wat wil dit toch zeggen?
13 Anderen zeiden spo]end: Zij zijn vol zoete wijn.
14 Maar Petrus, die daar met de elf andere apostelen stond, verhief zijn stem en sprak tot hen: Joodse mannen en u allen die in Jeruzalem woont, dit moet u bekend zijn en laat mijn woorden tot uw oren doordringen:
15 deze mensen zijn namelijk niet dronken, zoals u vermoedt, want het is pas het derde uur van de dag.
16 Maar dit is wat gesproken is door de profeet JoŽl:
17 En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw jongemannen zullen visioenen zien en uw ouderen zullen dromen dromen.
18 En ook op Mijn dienaren en op Mijn dienaressen zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren.
19 En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed, vuur en rookwalm.
20 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en ontzagwekkende dag van de Heere komt.
21 En het zal zo zijn dat ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zalig zal worden.

Zingen: Psalm 96 : 7, 8 en 9
Zegt, om de heid'nen te verlichten:
"De HEER regeert, die d' aard' wou stichten;
Dies zij, bevestigd t' allen stond,
Nooit wank'len zal op haren grond;
Hij zal naar 't recht de volken richten".

Dat zich de hemelen verblijden;
Verheugd zij d' aard' aan alle zijden;
Verheugd de volheid van de zee;
Het veld spring' op met al het vee,
En 't woud moet juichend God belijden.

't Juich' al voor 't aangezicht des HEEREN:
Hij komt, die d' aarde zal regeren
En richten, vol van majesteit;
De wereld zal gerechtigheid,
Het mensdom Zijne waarheid eren.

Preek

Zingen: Laat m' in U blijven, groeien, bloeien
Koor
Laat m' in U blijven, groeien, bloeien,
o Heiland die de wijnstok bent!
Uw kracht moet in mij overvloeien,
of ik ga onder in ellend'.
Doorstroom, beziel en zegen mij,
opdat ik werk'lijk vruchtbaar zij!

Allen
Die groei kan ik mijzelf nooit geven:
niets kan ik zonder U, o Heer!
In uw gemeenschap kiemt er leven
en levensvolheid meer en meer!
Uw Geest moet in mij uitgestort:
de rank die U ontvalt, verdort.

Nee, Heer, ik wil van U niet scheiden,
ik blijf van U, blijf Gij van mij!
Uw liefde moet mij alJjd leiden,
uw leven moet mijn leven zijn,
uw licht moet schijnen in mijn huis
bij kruis naar kracht en kracht naar kruis

Dan blijft mijn hart voor U gewonnen,
dan win ik steeds door U aan kracht!
Uw werk, zo teer in mij begonnen,
wordt dan in heerlijkheid volbracht.
Al wat verborgen lag, ontluikt,
het rijpt voor U, die het gebruikt.

Gebed en voorbede

Slotlied: Geest van hierboven
Geest van hierboven, leer ons geloven, hopen, liefbebben door uw kracht!
Hemelse vrede, deel U nu mede aan een wereld die U verwacht!
Wij mogen zingen van grote dingen, als wij ontvangen, al ons verlangen,
met Christus opgestaan. Halleluja!
Eeuwigheidsleven zal Hij ons geven, als wij herboren Hem toebehoren,
die ons is voorgegaan. Halleluja!

Wat kan ons schaden, wat van U scheiden, liefde die ons hebt liefgehad?
Niets is ten kwade, wat wij ook lijden, Gij houdt ons bij de hand gevat.
Gij hebt de zege voor ons verkregen, Gij zult op aarde de macht aanvaarden
en onze koning zijn. Halleluja!
Gij, onze Here, doet triomferen die naar U heten en in U weten,
Dat wij Gods kind'ren zijn. Halleluja!

Zegen

Uitleidende muziek


Naar het overzicht van de kerkdiensten