Liturgie van de dienst op zondag 5 maart 2023 om 09:30 uur
Voorganger: ds. G.C. Bergshoeff
Lezing: Jesaja 55
bevestiging ds. Stehouwer
De gezangen in deze liturgie worden gezongen uit de liedbundel Weerklank, tenzij anders is aangegeven.
Deze zondag belooft een mooie dag te worden voor onze gemeente. Op deze zondag zal ds Stehouwer worden bevestigd als herder en leraar van onze gemeente. Dat mag wel een feestelijk moment genoemd worden. We zijn bijzonder dankbaar dat het allemaal zo voortvarend is gelopen. In de morgendienst zullen we Jesaja 55 lezen. Daarin lezen we de prachtige woorden dat waar Gods woord klinkt het niet leeg zal terugkeren. Het woord van God is immers een krachtig woord. Dat is een geweldige belofte voor een mens die geroepen is het Woord van God door te geven.
Inleidend orgelspel
Welkom en mededelingen
Aanvangslied: Lied 230
1 De ware kerk des Heeren,
in Hem alleen gegrond,
geschapen Hem ter ere,
de bruid van zijn verbond,
dankt aan zijn dood het leven.
Hij is haar bruidegom.
Want God, zo staat geschreven,
zag naar zijn dienstmaagd om.
2 Door God bijeen vergaderd,
één volk dat Hem behoort,
Als kinderen van één Vader;
één doop, één Geest, één woord.
Zo offert allerwegen
De kerk U lof en prijs.
Eén naam is aller zegen,
één brood is aller spijs.
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Psalm 100
1 Juich, aarde, juicht alom den HEER;
Dient God met blijdschap, geeft Hem eer;
Komt, nadert voor Zijn aangezicht;
Zingt Hem een vrolijk lofgedicht.
2 De HEER is God; erkent, dat Hij
Ons heeft gemaakt (en geenszins wij)
Tot schapen, die Hij voedt en weidt;
Een volk, tot Zijnen dienst bereid.
3 Gaat tot Zijn poorten in met lof,
Met lofzang in Zijn heilig hof;
Looft Hem aldaar met hart en stem;
Prijst Zijnen naam, verheerlijkt Hem.
4Want goedertieren is de HEER;
Zijn goedheid eindigt nimmermeer;
Zijn trouw en waarheid houdt haar kracht
Tot in het laatste nageslacht.
De wet van de liefde
Zingen: Psalm 72
11 Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen;
Men loov' Hem vroeg en spâ;
De wereld hoor', en volg' mijn zangen,
Met Amen, Amen na.
Gebeden
Schriftlezing: Jesaja 55
1 O, alle dorstigen, kom tot de wateren,
en u die geen geld hebt, kom,
koop en eet, ja, kom, koop zonder geld,
zonder prijs, wijn en melk.
2 Waarom weegt u geld af voor wat geen
brood is,
en uw arbeid voor wat niet verzadigen kan?
Luister aandachtig naar Mij, eet het
goede,
en laat uw ziel vreugde scheppen in de
overvloed.
3 Neig uw oor en kom tot Mij,
luister, en uw ziel zal leven;
want Ik zal met u een eeuwig verbond
sluiten:
de betrouwbare gunstbewijzen aan David.
4 Zie, Ik heb Hem gegeven als Getuige
voor de volken,
als Vorst en Gebieder voor de volken.
5 Zie, U zult een volk roepen dat U niet
kende,
en het volk dat U niet kende,
zal naar U toe snellen,
omwille van de HEERE, Uw God,
voor de Heilige van Israël, want Hij heeft U verheerlijkt.
6 Zoek de HEERE terwijl Hij te
vinden is,
roep Hem aan terwijl Hij nabij is.
7 Laat de goddeloze zijn weg verlaten,
de man van ongerechtigheid zijn
gedachten.
Laat hij zich bekeren tot de HEERE,
dan zal Hij Zich over hem ontfermen,
tot onze God, want Hij vergeeft
veelvuldig.
8 Want Mijn gedachten zijn niet uw
gedachten,
en uw wegen zijn niet Mijn wegen,
spreekt de HEERE.
9 Want zoals de hemel hoger is
dan de aarde,
zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen
en Mijn gedachten dan uw gedachten.
10 Want zoals regen of sneeuw
neerdaalt van de hemel en daarheen niet
terugkeert,
maar de aarde doorvochtigt
en maakt dat zij voortbrengt en doet
opkomen,
zaad geeft aan de zaaier en brood aan de
eter,
11 zo zal Mijn woord zijn dat uit Mijn mond uitgaat:
het zal niet vruchteloos tot Mij
terugkeren,
maar het zal doen wat Mij behaagt,
en het zal voorspoedig zijn in hetgeen
waartoe Ik het zend.
12 Want in blijdschap zult u uittrekken
en met vrede voortgeleid worden.
De bergen en de heuvels zullen voor uw ogen uitbreken in gejuich
en alle bomen van het veld zullen
in de handen klappen.
13 Voor een doornstruik zal een cipres
opkomen,
voor een distel zal een mirt opkomen;
en het zal de HEERE zijn tot
een naam,
tot een eeuwig teken, dat niet
zal worden uitgewist.
Zingen: Psalm 108
1 Mijn hart, o Hemelmajesteit,
Is tot Uw dienst en lof bereid.
'k Zal zingen voor den Opperheer;
'k Zal psalmen zingen tot Zijn eer.
Gij, zachte harp, gij schelle luit,
Waakt op; dat niets uw klanken stuit';
'k Zal in den dageraad ontwaken,
En met gezang mijn God genaken.
2 Ik zal, o HEER, Uw wonderdaân,
Uw roem den volken doen verstaan;
Want Uwe goedertierenheid
Is tot de heem'len uitgebreid;
Uw waarheid heeft noch paal noch perk,
Maar streeft tot aan het hoogste zwerk.
Verhef U boven 's hemels kringen,
En leer al d' aard' Uw grootheid zingen.
Preek
Zingen: Lied 430
1 God heeft het eerste woord.
Hij heeft in den beginne
het licht doen overwinnen,
Hij spreekt nog altijd voort.
2 God heeft het eerste woord.
Voor wij ter wereld kwamen,
riep Hij ons reeds bij name,
zijn roep wordt nog gehoord.
3 God heeft het laatste woord.
Wat Hij van oudsher zeide,
wordt aan het eind der tijden
in heel zijn rijk gehoord.
4 God staat aan het begin
en Hij komt aan het einde.
Zijn woord is van het zijnde
oorsprong en doel en zin.
Lezing van het formulier ter bevestiging van ds. M. Stehouwer als predikant van de Hervormde Gemeente te Scherpenzeel
Zingen: Psalm 134 (staande)
Dat 's HEEREN zegen op u daal';
Zijn gunst uit Sion u bestraal';
Hij schiep 't heelal, Zijn naam ter eer;
Looft, looft dan aller heren HEER.
Gebeden
Zingen (staande): Psalm 33
1 Zingt vrolijk, heft de stem naar boven,
Rechtvaardigen, verheft den HEER.
Het past oprechten, God te loven;
Zingt Zijnen groten naam ter eer.
Prijst Hem in uw psalmen,
Met de schoonste galmen;
Roept Zijn weldaan uit;
Laat de keel zich paren
Met den klank der snaren;
Looft Hem met de luit.