Liturgie van de dienst op Biddag 9 maart 2022 om 15:00 uur

Voorganger: ds. G. van Goch

Lezing: DaniŽl 6

De gezangen in deze liturgie worden gezongen uit de liedbundel Weerklank, tenzij anders is aangegeven.

Woensdagmiddag 9 maart om 15.00 uur is er biddagdienst voor en met kinderen. Het thema is dit jaar ĎBlijven biddení. We werken dit thema uit aan de hand van de geschiedenis dat DaniŽl niet mocht bidden. In DaniŽl 6 vers 11 staat: Toen DaniŽl te weten kwam dat dit bevelschrift ondertekend was, ging hij zijn huis binnen. Nu had hij in zijn bovenvertrek open vensters in de richting van Jeruzalem. Op drie tijdstippen per dag ging hij op zijn knieŽn, bad hij en dankte hij voor het aangezicht van zijn God, precies zoals hij voordien had gedaan.

Orgelspel

De kerkenraad en de dominee komen binnen

Welkom door de ouderling

We zingen: Psalm 123: 1
Ik hef tot U, die in de hemel zit,
mijn ogen op en bid.
Gelijk een knecht ziet op de hand zijns heren
om nooddruft te begeren,
en 't oog der maagd is op haar vrouw geslagen
om hulp of gunst te vragen,
zo slaan wij 't oog op onze HEER', tot Hij
ook ons genadig zij.

De ouderling geeft de dominee een hand en wenst hem Gods zegen toe

Iedereen bidt voor zichzelf tot God

Votum en groet

We zingen: Psalm 81: 1, 6 en 8 (Weerklank)
1 † Jubel voor de Heer,
juich in uw gezangen.
Jakobs God zij eer.
Hij heeft alle macht,
Hij is onze kracht,
Hij moet lof ontvangen.

6 † Hoor, o IsraŽl,
leef naar mijn geboden.
Dit is mijn bevel:
geef geen afgod eer,
buig u nimmer neer
voor de vreemde goden.

8 † Open maar uw mond,
bid tot Mij vrijmoedig,
pleit op mijn verbond:
al wat u ontbreekt,
schenk Ik, als u 't smeekt,
mild en overvloedig.

Geloofsbelijdenis
Wij geloven in de Heere God, onze Vader, die alles gemaakt heeft: de wolken, de bloemen, de dieren en de mensen
Wij geloven in Jezus Christus, de Zoon van God, die geboren werd in Bethlehem, gestorven is aan het kruis en ook begraven is, maar na drie dagen waarlijk is opgestaan uit de dood.
Wij geloven, dat de Heere Jezus naar de hemel is gegaan, en dat Hij terugkomt op deze aarde om alles nieuw te maken.
Wij geloven in de Heilige Geest, die gekomen is op het Pinksterfeest en wil wonen in onze harten
Wij geloven ťťn christelijke kerk, waarin we allemaal bij elkaar horen.
Wij geloven, dat onze zonden vergeven zijn.
Wij krijgen straks een nieuw lichaam, en mogen altijd bij Jezus zijn

We zingen: Psalm 99: 2
2 † God, die helpt in nood, is in Sion groot.
Aller volken macht niets bij Hem geacht.
Buigt u dan in 't stof en verheft met lof
't heilig Opperwezen: wilt het eeuwig vrezen!

Samen bidden we om de hulp van de Heilige Geest

We lezen uit de Bijbel: DaniŽl 6: 1-18
1 Darius, de Meder, ontving het koningschap toen hij ongeveer tweeŽnzestig jaar oud was.
2 Het behaagde Darius over het koninkrijk honderdtwintig stadhouders aan te stellen, die over heel het koninkrijk verdeeld zouden zijn,
3 en over hen drie rijksbestuurders, van wie DaniŽl er een was. Aan hen moesten die stadhouders verantwoording afleggen, opdat de koning niet benadeeld werd.
4 Toen overtrof deze DaniŽl de rijksbestuurders en de stadhouders, omdat er een uitzonderlijke geest in hem was. De koning overwoog hem over heel het koninkrijk aan te stellen.
5 Daarop gingen de rijksbestuurders en de stadhouders zoeken naar een grond voor een aanklacht tegen DaniŽl inzake het koninkrijk, maar zij konden geen enkele grond voor een aanklacht, of iets verkeerds vinden, omdat hij betrouwbaar was en er geen nalatigheid of iets verkeerds bij hem te vinden was.
6 Toen zeiden deze mannen: Wij zullen tegen deze DaniŽl geen enkele grond voor een aanklacht vinden, tenzij wij iets tegen hem vinden in de wet van zijn God.
7 Zo kwamen deze rijksbestuurders en stadhouders eensgezind bij de koning en zeiden het volgende tegen hem: Koning Darius, leef in eeuwigheid!
8 Al de rijksbestuurders van het koninkrijk, de machthebbers, de stadhouders, de raadslieden en de landvoogden, zijn na onderling beraad van mening dat er een koninklijk besluit moet worden opgesteld en een verbod moet worden bekrachtigd, dat al wie binnen dertig dagen een verzoek zal richten aan welke god of mens ook, behalve aan u, o koning, in de leeuwenkuil zal worden geworpen.
9 Nu dan, koning, stel het verbod op en onderteken het bevelschrift, dat niet veranderd mag worden, volgens de wet van Meden en Perzen, die niet mag worden herroepen.
10 Daarop ondertekende koning Darius het bevelschrift en verbod.
11 Toen DaniŽl te weten kwam dat dit bevelschrift ondertekend was, ging hij zijn huis binnen. Nu had hij in zijn bovenvertrek open vensters in de richting van Jeruzalem. Op drie tijdstippen per dag ging hij op zijn knieŽn, bad hij en dankte hij voor het aangezicht van zijn God, precies zoals hij voordien had gedaan.
12 Toen kwamen deze mannen eensgezind bij zijn huis en troffen DaniŽl aan, terwijl hij bad en smeekte om genade voor het aangezicht van zijn God.
13 Meteen kwamen zij naar voren en zeiden in de tegenwoordigheid van de koning over het verbod van de koning: Hebt u niet een verbod ondertekend dat iedereen die binnen dertig dagen een verzoek zou richten aan welke god of mens ook, behalve aan u, o koning, in de leeuwenkuil zou worden geworpen? De koning antwoordde en zei: Dat woord staat vast volgens de wet van Meden en Perzen, die niet mag worden herroepen.
14 Toen antwoordden en zeiden zij in de tegenwoordigheid van de koning: DaniŽl, een van de ballingen uit Juda, heeft op u, o koning, en op het verbod dat u ondertekend hebt, geen acht geslagen, maar op drie tijdstippen per dag doet hij zijn gebed.
15 Toen de koning dit woord hoorde, nam hij het zichzelf zeer kwalijk en hij zette zijn hart erop om DaniŽl te verlossen. Tot zonsondergang spande hij zich in om hem te redden.
16 Toen kwamen deze mannen weer eensgezind bij de koning en zeiden tegen de koning: Weet, o koning, dat het een wet van Meden en Perzen is dat geen enkel verbod of besluit dat de koning heeft opgesteld, veranderd mag worden.
17 Toen gaf de koning bevel en men haalde DaniŽl en wierp hem in de leeuwenkuil. De koning nam het woord en zei tegen DaniŽl: Uw God, Die u voortdurend vereert Ė HŪj zal u verlossen.
18 Er werd een steen gebracht en op de opening van de kuil gelegd. De koning verzegelde die met zijn ring en de ring van zijn machthebbers, zodat de maatregel met betrekking tot DaniŽl niet veranderd kon worden.

We zingen: Lied 539 (OtH)
Lees je bijbel, bid elke dag,
bid elke dag, bid elke dag.
Lees je bijbel, bid elke dag,
dat je groeien mag,
dat je groeien mag,
dat je groeien mag.
Lees je bijbel, bid elke dag,
dat je groeien mag.

Het thema van de preek is: Blijven bidden!

We zingen: Lied 454: 1 en 5 (Weerklank)
1 † Mijn hart wacht stil op U, o HEER,
uw komst verwacht ik, meer en meer,
uw liefde houdt mijn ziel gevangen.
Naar U gaat al mijn vreugde uit,
ik wacht op U, wacht als een bruid,
reikhalzend hunkert mijn verlangen.

5 † Met heel mijn hart verwacht ik, HEER,
uw komst, de grote ommekeer;
hoe vrolijk zal ik U ontvangen!
Gij die mijn allerliefste zijt,
kom, Gij die lijf en ziel bevrijdt,
vervul mijn allerdiepst verlangen!

Samen gaan we de HEERE danken en bidden

We zingen: Lied 299 (Weerklank)
Onze Vader, die in de hemelen zijt,
uw naam worde geheiligd.
Uw Koninkrijk kome.
Uw wil geschiede, op aarde,
zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij aan anderen vergeven;
en leidt ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de boze.
Want van U is het koninkrijk
en de kracht en de heerlijkheid
tot in eeuwigheid, in eeuwigheid.
Amen.

God geeft ons Zijn zegen

Orgelspel


Naar het overzicht van de kerkdiensten